Het is een jaar geleden dat ‘Mattie Mattie Mattie’ uitkwam. Een roman over, heel verrassend, Mattie, die een onmogelijke polaroid vindt. Onmogelijk, omdat ze daar als klein meisje met haar vader opstaat. Ze kan zich daar niets van herinneren, sterker nog: ze heeft haar vader nooit gekend. DUS HOE ZIT DAT? Ja, daar moet je de roman voor lezen. Voor iedereen die dit al gedaan heeft, en zich afvraagt hoe roman 2 ervoor staat, zal ik af en toe een update geven over het schrijfproces.

De eerste versie van wat Roman 2 had moeten worden, is al een tijdje af. Een aantal maanden v├│or de release van ‘Mattie Mattie Mattie’, als ik het goed heb. Bedenk wel: eerste versies zijn volkomen onleesbaar. De mijne wel, in elk geval. De eerste versie is puur bedoeld voor het uitdokteren van het verhaal dat je wil vertellen. Je denkt: dat weet je toch als je begint? Jawel, maar verhalen hebben de neiging om tijdens het schrijven zelf te bepalen waar ze naartoe gaan.

Er zijn schrijvers die het meteen goed willen doen. Die zitten dag in dag uit te zweten op een alinea, want pas als die alinea helemaal perfect is, mogen ze van zichzelf door. Dat werkt voor mij niet. Als ik de eerste versie klaar heb, en zie hoe het verhaal afloopt, weet ik waar het verhaal werkelijk over gaat. En dat maakt het herschrijven zo veel makkelijker, omdat je alles precies kunt afstemmen op de afloop.

De eerste versie van ‘KKG’, zoals de gecodeerde werktitel luidt, had roman 2 moeten worden. Ware het niet dat het verhaal qua toon veel op ‘Mattie Mattie Mattie’ leek. Je zou kunnen beargumenteren dat dat juist positief is; het geeft aan dat je een eigen stijl hebt. Maar je zou net zo goed het omgekeerde kunnen beweren: dat je je schrijfstijl al bij je tweede roman teveel vastlegt. En zo voelde het voor mij. Als een beperking.

En dus begon ik aan iets compleet nieuws. Een verhaal dat neigde naar fantasy. Tot ik op ongeveer eenderde was en het niet meer wist. Er zat te weinig van mijzelf in. Ik miste een emotionele component, die in ‘Mattie Mattie Mattie’ meer dan aanwezig was – en ook in ‘KKG’. Maar in plaats van die laatste er weer bij te pakken, startte ik een nieuw verhaal dat zich afspeelt op een Waddeneiland. En daar is de eerste versie inmiddels van klaar.

En toen kwam de pandemie. Geïnspireerd op de recente gebeurtenissen vloog er een eerste hoofdstuk uit mijn mouw. Een niet al te optimistisch toekomstbeeld. Het is tot op heden bij dat ene hoofdstuk gebleven, want de veranderingen gaan zo snel dat ik de actualiteit met geen mogelijkheid kan bijbenen in een roman. Wat ik een maand geleden opschreef, is nu al door de werkelijkheid ingehaald.

In plaats van het Waddenverhaal uit te werken, zit ik op dit moment toch weer in mijn fantasywereld. Als ik daar psychologie van de koude grond op toepas, heeft dat waarschijnlijk te maken met een vlucht uit het hier en nu.